Toen je vroeger door weer en wind naar de cd-winkel fietste voor het foldertje met de nieuwste Top 40, had je toen enig idee hoeveel daar niet in stond? Had je er enig idee van hoeveel muziek je niet hoorde op Radio 538? Kun je wel weten wat je eigen smaak is als anderen je vertellen wat er goed is en waar je naar dient te luisteren?

De muziekconsument anno 1995 haalde zijn cd’s bij de V&D, Free Record Shop of Music Store. U2 was daar wel te krijgen, Guns ’N Roses ook wel. Maar wie de cd zocht van die nieuwe band die in de OOR-recensie zo de hemel in geprezen werd, moest goed zoeken. Zou het al verkrijgbaar zijn in Nederland? Staat het bij pop of rock? De medewerker had er nog nooit van gehoord. Kon hij het bestellen? Hij ging zijn best doen. Of je kon het proberen bij de speciaalzaak, maar die zat in Amsterdam.

Vandaag is alles binnen handbereik. Het oordeel van OOR wordt bijgestaan door talloze andere recensies van hetzelfde album en websites als Metacritic verzamelen die tot één breed gedragen oordeel. Waar OOR drie pagina’s besteedde aan de nieuwe releases, biedt internet virtuele bibliotheken vol, zelfs van muziek van decennia geleden. Wat vond Pitchfork ook alweer van het debuutalbum van Snow Patrol uit 1999?

Via Amazon en Bol.com zijn de cd’s van de meest uiteenlopende artiesten te bestellen en hoewel dit al een uitkomst is voor de muziekliefhebber zoals die in 1995 door te winkel liep te zoeken, heeft internet inmiddels allang weer een paar stappen verder gezet. Webwinkels als iTunes bieden de muziek digitaal aan, zodat zelfs niet gewacht hoeft te worden totdat het op de mat ligt. Wie iets wil hebben, kan er twee minuten later naar luisteren.

Ook gaat de consument niet meer enkel af op het oordeel van recenscenten of de aanraders van vrienden, kennissen en radio-DJ’s. Pandora biedt een service waarbij, op basis van een geliefde artiest, een radiostation wordt samengesteld die soortgelijke muziek draait. Ondanks dat het concept te kampen kreeg met muziekrechten en momenteel alleen nog in de Verenigde Staten beschikbaar is, heeft het de online muziekindustrie een flinke zet richting de web 2.0-idealen gegeven. Een rol die inmiddels glansrijk is overgenomen door Last.fm, de zelfverklaarde ‘sociale revolutie in muziek’. Via een persoonlijk profiel wordt bijgehouden naar welke muziek een gebuiker luistert en met die statistieken kan bepaald worden welke muziek ook interessant kan zijn en welke andere gebruikers dezelfde smaak hebben. Zo passeren vele potentieel interessante, maar tot voor kort onbekende acts de revue en wordt je muzieksmaak met de dag uitgebreider of juist verfijnder. Iets moois wat je net gehoord hebt, deel je met je Last.fm-vrienden.

Pandora, Last.fm en ook Hypem (dat aan de hand van waar muziekweblogs over schrijven een beeld schetst van welke nieuwe, opkomende muziek ‘gehyped’ wordt) stellen de moderne internetgebruiker dus in staat om veel nieuwe muziek te ontdekken die in de oude situatie zou verdwijnen in de ‘staart’. Daar houdt het niet mee op, omdat de Long Tail-theorie niet alleen voor de muziek zelf geldt, maar ook voor de muziekkennis en –informatie. Zijn er albums van Radiohead die ik nog niet heb? Allmusic.com zet de discografie op een rijtje. Hoe heette dat nummer in de laatste aflevering van Six Feet Under? TV.com vertelt het je. En de iPhone-applicatie van Shazam luistert tien seconden naar een stukje muziek (van tv, radio of in een discotheek) en noemt je dan de uitvoerend artiest en titel. Meteen aanschaffen kan via iTunes.

En zo is de internetrevolutie op muziekgebied niet alleen een prachtige ontwikkeling voor de liefhebber. Ook de artiest, die anders zo moeilijk voet aan de grond krijgt in de overvolle markt, bereikt zijn publiek via alle moderne kanalen. MySpace, Hypem, Last.fm, YouTube, SellaBand of een van de miljoenen muziekweblogs kan de deur openen naar zijn publiek, dat er tenslotte zelf voor kiest om zijn nummers te luisteren of zijn videoclip te bekijken.